In de omgeving van Andenne en Andenelle wordt al eeuwenlang pijpaarde gedolven, de grondstof voor tabakspijpen van klei. Via de Maas werd deze klei eeuwenlang verscheept en verhandeld. De vroegst bekende pijpenmaker in die omgeving was Petter Mennicken of Mannicken, afkomstig uit het Duitse Westerwald, die zich er iets voor 1750 vestigde. Vanaf dat moment was de pijpenmakerij niet meer weg te denken uit de streek en ontwikkelde Andenne zich tot een belangrijk Belgisch centrum voor de fabricage van kleipijpen. Er werden tot circa 1970 in Andenne kleipijpen gemaakt.
Desiree Barth kocht in 1857 de pijpenfabriek van de weduwe Marie Remy Smet, een nazaat van de pijpenmaker die tussen circa 1790 en 1820 actief was. De pijpenmakerij van Barth was tot circa 1895 in Andenne actief. Het hoogtepunt van de fabriek zou zo rond 1870 gelegen hebben toen er meer dan 100 werknemers actief waren.
Hieronder diverse modellen en fragmenten uit het assortiment van Barth. Deze zijn allemaal gevonden in de jaren '70 in Andenne.
De benamingen van onderstaande modellen die door Barth gemaakt zijn, zijn overgenomen uit 'La pipe en terre d'Andenne et ses Marques' van Mordant.
Dame au Turban
Oosterse dame met een tulband.
Le vieux Noceur
Ketel in de vorm van een man met snor en puntbaard en hoge hoed met korte klep. 'Noceur' staat voor 'feestvarken' of mogelijk 'zwerver/nachtbraker'.
Le Cosaque
De Kozak, een man met lange bakkebaarden, een snor en baardje en een dikke muts. In twee verschillende formaten.
Le Tambour-Major
De Tamboer Majoor. Het lijf van de majoor liep over in de steel.
Une Jeune Recrue
Het lachende gezicht van een 'jong recruut', waarmee het dus om een jonge man die in het leger zit lijkt te gaan, terwijl het evengoed een jonge vrouw voor zou kunnen stellen.
Li Vi Tchapia
Het onderstaande fragment is van een pijpje met de voorstelling van een mannengezicht met sik en hoge hoed, waarbij de vormgeving sterk lijkt op dat van de 'Tambour-Major' eerder op deze pagina: het hoofd bevindt zich als het ware onder de ketel en het lijf loopt over in de steel. Deze mannenkop had een vrij hoge hoed.
Steelfragmenten
Het onderste fragment toont het bovenlijf van een slanke, rondborstige vrouw in een corset. Het geheel vormt een stuk van de steel waarbij het hoofd van de vrouw naar de roker was toegericht, en haar wijde hoepelrok uitliep in de ketel, alsof ze op haar rug ligt.
Onderstaand pijpje was klein, de steellengte was ongeveer 8,5 cm.